ECLI:NL:GHARN:2011:BR3495
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- M.F.J.N. van Osch
- M.G.W.M. Stienissen
- L.L.M. de Lorijn
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke ontbinding pachtovereenkomst wegens niet-bedrijfsmatig gebruik klein deel gepachte grond
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem geoordeeld over een geschil betreffende het gebruik van gepachte grond. Na een plaatsopneming en comparitie constateerde het hof dat de geïntimeerde een volwaardig tuinbouwbedrijf uitoefent op het gepachte, met onder meer tunnelkassen en beregeningsinstallaties. Hoewel de geïntimeerde geen jaarstukken overlegde, achtte het hof het duidelijk dat het bedrijf een aanzienlijke omzet en rendement behaalt.
Echter, een klein gedeelte van circa 0.04.40 hectare van het gepachte wordt niet bedrijfsmatig gebruikt, maar dient als achtertuin met volières en kooien voor siervogels. De geïntimeerde voerde aan dat dit deel onderdeel uitmaakt van een pluimveehouderij waarvoor een milieuvergunning is, maar dit werd niet aanvaard omdat het gepachte als tuingrond met tuinbouwschuur is verpacht en de jaarstukken ontbraken.
Op grond van artikel 7:376 lid 1 BW Pro en de wetsgeschiedenis daarvan oordeelde het hof dat niet-bedrijfsmatig gebruik een tekortkoming vormt die in beginsel ontbinding van de pachtovereenkomst rechtvaardigt. Gezien het overgrote bedrijfsmatige gebruik en het ontbreken van protest van de rechtsvoorganger, is volledige ontbinding niet gerechtvaardigd. Wel is gedeeltelijke ontbinding passend voor het niet-bedrijfsmatig gebruikte deel.
De oprit en een volière naast de oprit zijn niet ontbonden omdat de oprit noodzakelijk is voor ontsluiting en de volière grotendeels op eigendomsgrond staat. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd vanwege de familieband tussen partijen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedeeltelijke ontbinding van de pachtovereenkomst voor circa 0.04.40 ha niet-bedrijfsmatig gebruikt gedeelte.