ECLI:NL:GHARN:2011:BR4571
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing inkomstenbelasting over aanspraak stamrechtovereenkomst na ontbinding bv
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een bv die in 2003 werd ontbonden, betwistte de heffing van inkomstenbelasting over een aanspraak uit een stamrechtovereenkomst die hij had bedongen bij de bv. De Inspecteur had de aanspraak als belastbaar inkomen uit werk en woning bij de aanslag betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van beroepsgronden, maar het hof vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar de Inspecteur. Na hernieuwde afwijzing door de Inspecteur en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het hof.
Het hof oordeelde dat de uitnodiging voor de zitting van de rechtbank rechtsgeldig was en dat belanghebbende niet in zijn procesbelang was geschaad door zijn afwezigheid. Vervolgens bevestigde het hof dat door de ontbinding van de bv de aanspraak uit de stamrechtovereenkomst niet langer bij een toegelaten verzekeraar was ondergebracht en daarom als loon uit vroegere dienstbetrekking moest worden belast.
Ook het beroep tegen de heffingsrente werd ongegrond verklaard. Het hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2003 wordt bevestigd.