ECLI:NL:GHARN:2011:BU5780
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.G.J.M. van Kempen
- R. den Ouden
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks intrekking termijngrief en bewijsnood
Belanghebbende, een metaalrecyclingbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2001 en 2002 ter hoogte van €40.821, met daarbij heffingsrente en een boete. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in.
In hoger beroep trok belanghebbende haar grief over overschrijding van de naheffingstermijn uitdrukkelijk in, waardoor het hof deze niet meer behandelde. De naheffingsaanslag was tijdig opgelegd binnen de overeengekomen termijn. Belanghebbende voerde verder aan dat zij recht had op aftrek van de voorbelasting, maar kon dit niet aannemelijk maken door het ontbreken van op juiste wijze opgemaakte facturen. De administratie was deels verloren gegaan of in beslag genomen, maar het hof oordeelde dat dit niet afdoet aan de bewijslast.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel en het beleid rond overmacht bij wateroverlast en vuurwerkramp faalde omdat dit beleid geen uitbreiding van wettelijke aftrekvoorwaarden inhoudt. De boetebeschikking werd vernietigd wegens procedurele fouten, maar de naheffingsaanslag en heffingsrente werden bevestigd. De uitspraak van de rechtbank bleef verder in stand.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en heffingsrente worden bevestigd, de boetebeschikking vernietigd wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep daarop.