ECLI:NL:HR:1997:AA3304
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens gebrekkige aanslag
Belanghebbende diende zijn aangifte inkomstenbelasting 1987 in met uitstel. In november 1991 ontving hij een kennisgeving van afwijking van zijn aangifte, maar geen aanslagbiljet. Pas op 30 november 1993 werd een navorderingsaanslag opgelegd. Het Hof had deze navorderingsaanslag als primitieve aanslag gekwalificeerd en grotendeels gehandhaafd.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat de inspecteur had verzuimd binnen de wettelijke termijn een aanslagbiljet op te maken en toe te zenden, waardoor de aanslag niet rechtsgeldig was vastgesteld. De kennisgeving van afwijking kon niet als aanslagbiljet gelden omdat het bedrag van de verschuldigde belasting ontbrak.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het Hof en de navorderingsaanslag, en bepaalde dat de Staatssecretaris het griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden en in de proceskosten werd veroordeeld. Tevens werd overwogen dat over de correctie van de aanslag heffingsrente verschuldigd is tot de datum van de navorderingsaanslag, met een beperking van de rentevergoeding.
De zaak verduidelijkt de eisen aan de vaststelling van belastingaanslagen en de gevolgen van administratieve fouten voor de rechtsgeldigheid van aanslagen en navorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 wegens het niet tijdig toezenden van een aanslagbiljet.