ECLI:NL:GHARN:2011:BU7716
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- B.F.A. van Huijgevoort
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardevaststelling bouwkavel en proceskostenvergoeding in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote ondernemer in een maatschap, verkocht diverse percelen grond en opstallen aan BBL. In geschil was de waardevaststelling van een bouwkavel die uit het ondernemingsvermogen werd onttrokken, de juiste toepassing van artikel 70 Wet Pro IB 1964, de toerekening van RBB-vergoedingen en de vergoeding van proceskosten tegen een opgelegde vergrijpboete.
Het Hof stelde vast dat de waarde van de bouwkavel minimaal € 172.500 bedroeg, gebaseerd op taxaties en uitgifteprijzen van de gemeente, en verwierp het beroep op een lagere WOZ-waarde. De toepassing van artikel 70 Wet Pro IB 1964 werd afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat aan de voorwaarden voor toepassing was voldaan. De Rechtbank had de RBB-vergoedingen terecht tot de belaste winst gerekend.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende onderzoek had verricht naar het voorwaardelijk opzet en dat de boetebeschikking ten onrechte in stand was gebleven. Daarom werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten die verband hielden met het verweer tegen de boete, vastgesteld op € 6.613,50, inclusief griffierecht. De overige onderdelen van het vonnis van de Rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslagcorrecties, vernietigt de proceskostenveroordeling van de Rechtbank en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 6.613,50.