Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 29 november 2011, nr. 11/00248, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende en zijn echtgenote dreven een agrarische onderneming en verkochten in 2001 een deel van hun bedrijfskavel aan Bureau Beheer Landbouwgronden. Bij staking van de onderneming in 2002 werd een bouwkavel onttrokken aan het ondernemingsvermogen waarop een woning werd gebouwd. De maatschap ontving een Rbb-vergoeding bestaande uit een hectaretoeslag en een toeslag belastingheffing.
De Inspecteur bracht correcties aan op de winst van de maatschap, waaronder de behandeling van de Rbb-vergoeding. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag. Het Hof vernietigde alleen de proceskostenveroordeling en bevestigde de rest van het vonnis.
In cassatie stond centraal of de landbouwvrijstelling toegepast kon worden op de winst uit onttrekking van de bouwkavel en of de toeslag belastingheffing als onbelaste vergoeding voor belastingschade kon worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat de landbouwvrijstelling van toepassing is op het verschil tussen boekwaarde en waarde in het economische verkeer van de ondergrond, maar verwierp het betoog dat de toeslag belastingheffing onbelast is. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bepaalde een aangepaste winstcorrectie. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €270.916.