ECLI:NL:GHARN:2011:BU7722
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek levensonderhoud kinderen jonger dan 30 jaar in inkomstenbelasting
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2006, waarin de Inspecteur aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van zijn dochter jonger dan 30 jaar weigerde voor twee kwartalen. De Rechtbank had de aanslag verminderd, maar het Hof stelt vast dat de dochter in het tweede kwartaal eigen inkomsten had die hoger waren dan haar kosten, waardoor geen aftrek gerechtvaardigd is. Voor het derde kwartaal was het tekort onvoldoende om aan de wettelijke drempel van €386 per kwartaal te voldoen. Voor het vierde kwartaal werd de aftrekpost door het Hof wel erkend.
Het Hof overweegt dat bij de beoordeling van de aftrekpost niet alleen de eerste levensbehoeften, maar ook een redelijk bestaan in aanmerking moet worden genomen, waarbij eigen inkomsten en toeslagen van de dochter worden meegewogen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn met eerdere jaren. De heffingsrente wordt dienovereenkomstig verminderd. Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank behoudens het griffierecht en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van €37.679.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2006 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €37.679 met erkenning van aftrek voor het vierde kwartaal, maar afwijzing voor het tweede en derde kwartaal.