ECLI:NL:GHARN:2011:BU7728
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek levensonderhoud kinderen en vertrouwensbeginsel in inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte aanspraak op een persoonsgebonden aftrekpost van €330 voor levensonderhoud van haar dochter in 2007. De dochter had eigen inkomsten uit een stichting, huurtoeslag en zorgtoeslag, die het hof meerekende bij de berekening van haar draagkracht.
De kosten van levensonderhoud van de dochter bedroegen €3.011, terwijl haar netto inkomsten €2.789 waren, waardoor het tekort €222 bedroeg. Dit bedrag voldeed niet aan de wettelijke drempel van €393 per kwartaal voor aftrek.
Belanghebbende voerde tevens het vertrouwensbeginsel aan, verwijzend naar eerdere aftrekposten van haar echtgenoot voor een zoon, maar het hof verwierp dit beroep omdat het vertrouwen niet jegens haar was gewekt en de situaties niet vergelijkbaar waren.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Arnhem en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de weigering van de aftrekpost levensonderhoud kinderen.