ECLI:NL:GHARN:2012:BV7054
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslagen verontreinigingsheffing 2004 en 2006 met vermindering voor 2006
Belanghebbende, eigenaresse van een kamerverhuurpand, maakte bezwaar tegen aanslagen verontreinigingsheffing voor 2004 en 2006 opgelegd door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De Rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de aanslag voor 2006 af. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof oordeelde dat de aanslagtermijn voor 2004 niet was overschreden en bevestigde de aanslag voor dat jaar. Voor 2006 stelde het Hof vast dat de heffingsmaatstaf te hoog was vastgesteld op vijf vervuilingseenheden, terwijl het waterverbruik lager was. Daarom werd de aanslag verminderd tot €167,40. Tevens kende het Hof een immateriële schadevergoeding van €100 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de bezwaarprocedure over 2004.
Het Hof veroordeelde de Ambtenaar tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht en bevestigde daarmee deels het vonnis van de Rechtbank. De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2012 door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Aanslag 2004 bevestigd, aanslag 2006 verminderd tot €167,40, immateriële schadevergoeding toegekend.