ECLI:NL:GHARN:2012:BV9129
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep navordering successierecht wegens verzwegen buitenlands vermogen
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag successierecht opgelegd wegens niet aangegeven buitenlands vermogen uit een nalatenschap van 1998. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de termijn, maar de rechtbank vernietigde deze beslissing en de navorderingsaanslag.
In hoger beroep stelde de Inspecteur dat de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd en het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Belanghebbende betwistte ontvangst van de aanslag vanwege een foutief adres op het aanslagbiljet. Het hof oordeelde dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de aanslag op het juiste adres was verzonden, mede door een geleidebrief en administratieve controles.
Het hof stelde vast dat belanghebbende de aanslag niet had ontvangen en pas op 5 oktober 2010 via een betalingsherinnering kennis nam van de aanslag. Het bezwaarschrift was op 13 oktober 2010 ontvangen, waardoor het bezwaarschrift ontvankelijk was. De navorderingsaanslag was tijdig opgelegd binnen de wettelijke termijn van twaalf jaar, rekening houdend met uitstel voor aangifte.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond en bevestigde de navorderingsaanslag. Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De proceskostenveroordeling door de rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond en bevestigt dat de navorderingsaanslag successierecht tijdig is opgelegd.