ECLI:NL:GHARN:2012:BW0215
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- V. van den Brink
- S.B. Boorsma
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Verrekening huurpenningen na bodemverhuurconstructie en faillissement
In deze civiele procedure staat de verrekening van huurpenningen centraal na het faillissement van C&S Stone. De curator vordert betaling van huurpenningen van Rabobank c.s. over de periode 1 januari 2009 tot 9 juni 2009. Rabobank c.s. had een bodemverhuurconstructie toegepast en stelde zich op het standpunt dat zij een opschortingsrecht had vanwege het ontbreken van huurgenot na het faillissement.
De rechtbank Zutphen wees de vorderingen van de curator af, maar het hof vernietigt dit vonnis. Het hof oordeelt dat de Rabobank niet te goeder trouw was bij het sluiten van de huurovereenkomst en dat de verrekening van de huurpenningen over de eerste twee maanden van 2009 in strijd is met artikel 54 Fw Pro. De bodemverhuurconstructie werd als gerechtvaardigde keuze gezien, maar deze rechtvaardigde geen opschorting van de huurbetalingen.
Verder stelt het hof vast dat de curator Rabobank c.s. voldoende toegang tot het gehuurde heeft verschaft, ook al was er discussie over exclusieve sleuteloverdracht. Rabobank c.s. heeft onvoldoende onderbouwd dat het huurgenot zodanig is verminderd dat opschorting gerechtvaardigd was. De vordering van de curator wordt daarom toegewezen, met veroordeling van Rabobank c.s. in de proceskosten.
Uitkomst: Rabobank c.s. wordt veroordeeld tot betaling van huurpenningen aan de curator over de periode 1 januari tot 9 juni 2009 met rente en kosten.