ECLI:NL:GHARN:2012:BW2253
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake proceskostenvergoeding bij inkomstenbelastingzaak 2005
Belanghebbende, exploitant van een agrarische onderneming, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente over 2005, waarbij onttrekking van cultuurgrond niet was aangegeven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslagen, maar wees geen proceskostenvergoeding toe. De Inspecteur stelde hoger beroep in, dat hij ter zitting introk.
Belanghebbende stelde in incidenteel hoger beroep dat proceskostenvergoeding voor beroepsmatige rechtsbijstand terecht moest worden toegekend. Het Hof stelde vast dat belanghebbende kosten had gemaakt voor fiscale advisering, hoewel er geen proceshandelingen door de adviseur waren verricht. Het Hof oordeelde dat rechtskundige bijstand was verleend en kende op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht een vergoeding toe van €800, waarvan €400 aan belanghebbende toekomt vanwege samenhang met een andere zaak.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover geen proceskostenvergoeding werd toegekend en de vermindering van de heffingsrente, bevestigde het vonnis voor het overige en veroordeelde de Inspecteur tot betaling van €400 aan proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof veroordeelt de Inspecteur tot betaling van €400 aan proceskosten aan belanghebbende en vernietigt het vonnis voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend.