ECLI:NL:GHARN:2012:BW6254
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over fiscale gevolgen overdracht bedrijfspand en dwaling
Belanghebbende droeg in december 2003 de juridische eigendom van een bedrijfspand over aan haar moedermaatschappij A, met de intentie dat dit binnen een fiscale eenheid zou plaatsvinden. De overdracht vond plaats terwijl nog geen fiscale eenheid was gevormd, maar partijen gingen ervan uit dat deze met terugwerkende kracht zou worden erkend. De Inspecteur stelde dat de boekwinst in 2003 gerealiseerd was, terwijl belanghebbende betoogde dat de economische eigendom pas in 2004 was overgegaan.
Het gerechtshof stelde vast dat de jaarrekeningen en de feitelijke uitvoering van de akte van levering erop wijzen dat de economische eigendom reeds in 2003 is overgegaan. Het beroep op dwaling werd verworpen omdat partijen bekend waren met de fiscale consequenties en geen reële grond voor wederzijdse dwaling was aangetoond. Ook het beroep op de opschortende voorwaarde in de rectificatieakte faalde.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De heffingsrente bleef in stand omdat geen zelfstandige gronden tegen deze aanslag waren aangevoerd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat cassatie bij de Hoge Raad open.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.