ECLI:NL:GHARN:2012:BW6258
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J. Kromhout
- M.G.J.M. van Kempen
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking renteaftrek vennootschapsbelasting wegens groepsverbondenheid
Belanghebbende, een accountantskantoor opgericht door C BV, was in 2006 voor 75% in handen van C BV en voor 25% van D BV. De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op waarbij renteaftrek werd beperkt op grond van artikel 10d Wet Vpb wegens verbondenheid in een groep. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat er geen sprake was van een groep in de zin van artikel 24b BW en dat de rentelasten deels niet aftrekbaar waren wegens hybride leningen of winstuitdeling.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen groepsrelatie bestond, mede gelet op het meerderheidsbelang van C BV en de feitelijke zeggenschap van de aandeelhouder E. De stellingen over gelijkwaardigheid tussen aandeelhouders en gedeelde leiding werden onvoldoende onderbouwd. De subsidiaire argumenten over hybride leningen en winstuitdeling werden niet inhoudelijk behandeld omdat belanghebbende daarmee geen belang had. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De heffingsrente werd eveneens gehandhaafd omdat geen gronden waren aangevoerd om deze te verminderen. Het hof veroordeelde partijen niet in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 24 april 2012 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de renteaftrekbeperking op grond van artikel 10d Wet Vpb bevestigd.