ECLI:NL:GHARN:2012:BW7248
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-waarde na termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende voerde aan dat het beroepschrift tijdig was gepost en dat vertraging door de Duitse postdienst de overschrijding veroorzaakte. Ook stelde hij dat de rechtbank en het hof hem op het verkeerde been hadden gezet door uitnodiging voor een mondelinge behandeling.
Het hof oordeelde dat de beroepstermijn van zes weken was verstreken en dat het beroepschrift pas na deze termijn was ontvangen. De poststempel op de enveloppe toonde aan dat het beroepschrift op 21 mei 2011 was gepost, terwijl de termijn op 17 mei 2011 eindigde. Belanghebbende kon dit niet bewijzen. De vakantie van belanghebbende en het ontbreken van maatregelen om stukken te ontvangen konden niet tot verschoonbaarheid leiden.
Het hof verwierp het verweer dat hij op het verkeerde been was gezet, omdat in de uitnodiging voor de zitting duidelijk was vermeld dat alleen de ontvankelijkheid zou worden behandeld. Het hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.