ECLI:NL:GHARN:2012:BX5546
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vennootschapsbelasting: uitgaven zonder tegenprestatie niet aftrekbaar
Belanghebbende, een adviesbureau in de bouwwereld, kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 2004 vanwege niet-aftrekbare uitgaven aan E B.V. ter hoogte van €269.200. De Inspecteur stelde dat deze betalingen geen tegenprestatie hadden en daarom niet aftrekbaar waren. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep.
Tijdens het hoger beroep onderzocht het Hof de feiten, waaronder de samenwerkingsovereenkomst tussen belanghebbende en E, de facturen en de aard van de geleverde prestaties. Het Hof constateerde dat E in 2004 geen personeel had, dat er geen duidelijke urenregistratie of bewijs was van geleverde diensten, en dat de facturen onduidelijk waren. Ook was de omschrijving van de prestaties op een factuur onjuist en was er geen poging gedaan om het betaalde bedrag terug te vorderen.
Het Hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag om aannemelijk te maken dat de uitgaven ten behoeve van de onderneming waren gedaan en dat er een tegenprestatie was geleverd. Deze bewijslast werd niet gehaald. De twijfel over de prestaties werkte nadelig voor belanghebbende. Daarom bevestigde het Hof de uitspraak van de Rechtbank en wees het hoger beroep af. Ook het beroep tegen de heffingsrente werd verworpen omdat daar geen zelfstandige grieven tegen waren ingebracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd wegens het ontbreken van een aannemelijke tegenprestatie voor de uitgaven.