ECLI:NL:GHARN:2012:BX7768
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsaanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimte voor bewaringsdiensten
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die bewaringsdiensten verzorgt voor leegstaande panden, kreeg voor het jaar 2011 een aanslag zuiveringsheffing opgelegd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Rivierenland. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Arnhem, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem stond centraal of het pand, dat deels werd bewoond door oppassers, als woonruimte of bedrijfsruimte moest worden aangemerkt. De Verordening zuiveringsheffing Waterschap Rivierenland 2010 definieert woonruimte als een ruimte die bestemd is om als een afzonderlijk geheel woongelegenheid te bieden, zonder dat delen daarvan afzonderlijk worden gebruikt. Het pand was verdeeld in een winkelruimte en een opslagruimte, elk exclusief in gebruik door een oppasser, met gedeelde sanitaire voorzieningen.
Het Hof oordeelde dat het pand geen woonruimte is, maar een bedrijfsruimte, omdat de delen afzonderlijk in gebruik zijn gegeven en ingericht. Op grond van de verordening is de belanghebbende die het pand in gebruik heeft gegeven aan de oppassers heffingsplichtig. De grieven tegen de hoogte van de aanslag waren ter zitting verlaten. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt dat belanghebbende heffingsplichtig is voor de zuiveringsheffing over de bedrijfsruimte en verklaart het beroep ongegrond.