ECLI:NL:GHARN:2012:BY1355
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel in hennepteeltzaak na hoger beroep
De veroordeelde werd bij arrest van 8 juli 2010 veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan omtrent de ontnemingsvordering.
Het hof onderzocht het aantal oogsten in de hennepkwekerij. Hoewel getuigen en deskundigen aannamen dat er vijf oogsten waren, achtte het hof dit niet controleerbaar en stelde het aantal oogsten vast op twee, gebaseerd op plantenresten, vervuiling en verklaringen van de veroordeelde.
De opbrengst per plant werd vastgesteld op 23 gram, met 305 planten, en de netto opbrengst berekend op €13.752,60. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn werd een korting van 10% toegepast, waardoor de te betalen ontnemingssom €12.377,00 bedraagt.
Het hof legde de verplichting op aan de veroordeelde tot betaling van dit bedrag aan de Staat. De overige door de verdediging aangevoerde verweren werden niet behandeld omdat deze uitgingen van een hoger aantal oogsten dan het hof aannam.
De uitspraak werd gedaan door mr J.D. den Hartog, mr J.A.W. Lensing en mr A. van Waarden op 9 oktober 2012.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €13.752,60, met een betalingsverplichting van €12.377,00 aan de Staat.