ECLI:NL:GHARN:2012:BY3780
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en recht op vergoeding van privévermogen na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een wettelijke gemeenschap van goederen, met uitzondering van bepaalde privégoederen van de man, waaronder een bankrekening en voertuigen. Na echtscheiding vordert de man vergoeding van de vrouw voor de helft van het privévermogen dat hij tijdens het huwelijk heeft aangewend voor de gemeenschap.
De vrouw betwist dit en stelt dat de gelden zijn gebruikt voor kosten van de huishouding die de man volgens de huwelijkse voorwaarden zelf moet dragen. Het hof stelt vast dat het privévermogen van de man is besteed aan schulden van de gemeenschap, maar dat dit grotendeels de kosten van de huishouding betreft, die volgens de huwelijkse voorwaarden naar rato van inkomen en vermogen worden gedragen.
Het hof oordeelt dat de man geen reprisevordering kan doen gelden voor deze kosten en bekrachtigt de eerdere beschikking van de rechtbank die de vordering van de man afwijst. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de man tot vergoeding van privévermogen af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.