ECLI:NL:GHARN:2012:BY4441
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.J. Laurentius-Kooter
- J.H. Lieber
- E.H. Schulten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verzoek tot vervanging gezinsvoogdijinstelling
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht van 10 april 2012, waarin zijn verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdijinstelling, Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, werd afgewezen. Hij verzocht het hof om de stichting per direct te ontheffen van de uitvoering van de ondertoezichtstelling en een andere vestiging van Bureau Jeugdzorg Utrecht te belasten met deze taak.
Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 1:254 lid 5 BW Pro en artikel 807 Rv Pro tegen dergelijke beschikkingen geen hoger beroep openstaat, behoudens cassatie in het belang der wet. Nu geen doorbrekingsgronden voor het rechtsmiddelenverbod waren gesteld of gebleken, is het beroep van de vader niet ontvankelijk verklaard.
De feiten betreffen de ondertoezichtstelling van het kind van de ouders, waarbij de uitvoering was opgedragen aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht. Diverse verlengingen van de machtiging tot uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling zijn door de kinderrechter vastgesteld. De moeder was niet verschenen bij de zitting, terwijl de vader, de pleegouders, gezinsvoogden en medewerkers van de stichting wel aanwezig waren.
Het hof heeft het beroep van de vader afgewezen op grond van het rechtsmiddelenverbod en verklaart hem niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De beschikking van de rechtbank Utrecht blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdijinstelling.