Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 12 februari 2013
[appellant sub 1] en [appellant sub 2],
BAM Civiel B.V.,
advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
Gerechtshof Den Haag
De vennoten van de VOF Aanneming en Verhuur [appellant] zijn in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank dat hun vordering tegen BAM Civiel B.V. afwees. De vof had een overeenkomst gesloten met BAM voor het uitlenen van personeel, specifiek een torenkraanmachinist, voor werkzaamheden bij een nucleaire centrale.
De kern van het geschil was of BAM de overeenkomst terecht had beëindigd omdat de ter beschikking gestelde machinist niet beschikte over een geldig deskundigheidsbewijs. BAM stelde dat zij gerechtvaardigd was de overeenkomst te beëindigen en dat de vof hiermee instemde. De rechtbank oordeelde eveneens dat BAM een goede grond had voor beëindiging en dat instemming van de vof bestond.
Het hof bevestigt dit oordeel en wijst de grieven van de appellanten af. Het hof benadrukt dat de overeenkomst specifiek betrekking had op het ter beschikking stellen van een torenkraanmachinist en dat BAM gerechtvaardigd was de overeenkomst te beëindigen wegens het ontbreken van het vereiste diploma. Ook is geoordeeld dat de instemming van de vof met de beëindiging niet afhankelijk was van een ingebrekestelling of het verzoek tot nakoming.
De kosten van het hoger beroep worden aan de appellanten opgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 12 februari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.