Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 24 december 2013
[Accountant] EDUCOUNTANCY B.V.,
[Advocaat] ADVOCATEN B.V.,
[bedrijf] B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“[bedrijf] heeft een vordering op de Staat der Nederlanden (…) bekend onder fiscaalnummer 8100.81.003 voor een bedrag van € 94.519,00 (…);
[Accountant] heeft een opeisbare vordering op [bedrijf] van tenminste € 25.000,00 uit hoofde van verrichte werkzaamheden;
[Advocaat] heeft een opeisbare vordering op [bedrijf] van ten minste € 25.000 uit hoofde van verrichte werkzaamheden;
[bedrijf] heeft een bankrekening bij de Rabobank, over het saldo waarvan hij vrijelijk kan beschikken;
[bedrijf] heeft de belastingdienst verzocht het haar toekomende bedrag op die bankrekening bij te schrijven, waarna hij voornemens is [Accountant] en [Advocaat] te voldoen;
[bedrijf] heeft tevens een bankrekening bij de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V. (…). Deze rekening heeft een debetstand van meer dan € 700.000,00;
[bedrijf] vreest dat de belastingdienst de voor haar bestemde gelden op haar ABN AMRO Bankrekening zal storten, niet tegenstaande de andersluidende instructie. Zij zal in dat geval niet in staat zijn om over de gelden te beschikken, omdat de ABN AMRO Bank deze zal willen verrekenen.
[bedrijf] acht dat onwenselijk, nu de ABN AMRO Bank over tal van zekerheden beschikt, waarmee haar vordering kan worden voldaan.
“Cliënte, de besloten vennootschap [bedrijf] B.V., gevestigd te Bleiswijk, heeft uit hoofde van de vennootschapsbelasting over 2003 van u tegoed een bedrag van € 94.519,00 alsmede de over dat bedrag verschuldigde rente. (…) Bij deze deel ik u mede dat cliënte haar vordering op u bij akte heeft gecedeerd. Zij heeft een bedrag van € 69.519,00 alsmede bovengenoemde rente gecedeerd aan de besloten vennootschap [Accountant] Educountancy B.V. te Bilthoven. Het restant van de vordering, zijnde € 25.000,00 heeft cliënte gecedeerd aan mijn vennootschap, de besloten vennootschap [Advocaat] Advocaten B.V. te Gouda. Ik stem ermee in dat het aan mijn vennootschap gecedeerde bedrag wordt uitbetaald aan [Accountant] Educountancy B.V., die voor doorbetaling zal zorgdragen. Aldus verzoek ik u vriendelijk het volledige bedrag van € 94.519,00 plus de eventuele rente over te maken op de bankrekening van de besloten vennootschap [Accountant] Educountancy B.V. te Bilthoven met rekeningnummer (…)”.
“305/1003026/810081003V260112 PCM [bedrijf] Beheer B.V.” en “305/1003025/811081003V160310 PCM [bedrijf] Beheer B.V.”.Deze betalingen waren vooraf gegaan door aankondigingen daarvan op 27 september 2005 gericht aan [bedrijf] Beheer.
“jouw deel van de cessie”.[Accountant] heeft voorts een bedrag van € 20.537,- aan [Advocaat] betaald met de omschrijving
“voor Piet [bedrijf], restant cessie, zie brief.”Daarnaast heeft zij aan de Belastingdienst de bedragen € 2.672,- en € 83,- voldaan onder de vermelding
“PCM [bedrijf]”.
“verrekening akte van cessie ivm VPB”van 1 november 2005 is opgenomen de verrekening van een bedrag van € 5.536,- met vermelding
“[bedrijf]”.Voorts is de verrekening opgenomen van bedragen van € 3.366,- en € 4.335,- met vermelding
“[echtgenote]”.Beide verrekeningen zijn in mindering gebracht op de uitbetaalde teruggaven VPB 2001 en 2002. Onder de kop
“Verdeling van de ontvangst van [Accountant] Educountancy B.V.”is het bedrag van € 20.537,- verantwoord met de omschrijving
“[Advocaat] t.b.v. betaling v.d. Meer-Erdem”.
“De vpb teruggaaf is als gevolg van een carry back regeling. De vennootschap zit in de fiscale eenheid met de moedermaatschappij [bedrijf] Beheer B.V. De teruggaaf vennootschapsbelasting is destijds in de jaarrekening verrekend met de rekening-courant verhouding met de moedermaatschappij. De moedermaatschappij heeft uiteindelijk dus recht op de teruggaaf. In de verrekening van de akte van cessie ziet u daarom de verrekening met de privé belastingen en deze zijn dus niet terug te vinden in de boekhouding van [bedrijf] B.V.”
“tekst en uitleg”te geven over de betaling van € 20.537,- aan [Advocaat] die in het hierboven genoemde overzicht de omschrijving
“[echtgenote] – Erdem”heeft gekregen. Aan deze verzoeken is evenmin voldaan.
BESLISSING
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 februari 2012 tussen partijen gewezen onder zaak-/rolnummer 346335 / HA ZA 10-157;
- veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de curator begroot op € 4.893,- aan salaris van de advocaat en € 666,- aan verschotten;
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.