ECLI:NL:HR:2003:AE9246
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening omzetbelasting binnen fiscale eenheid na wijziging samenstelling
In deze zaak staat de vraag centraal of verrekening van naheffingsaanslagen omzetbelasting en teruggaafbeschikkingen binnen een fiscale eenheid mogelijk is wanneer de samenstelling van die eenheid is gewijzigd. Gemeenschappelijk Eigendom B.V. en andere vennootschappen (de fiscale eenheid De Beuk) vorderden betaling van een bedrag dat door de Belastingdienst was verrekend met naheffingsaanslagen omzetbelasting.
De Rechtbank wees de vordering af, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde dit vonnis en kende de vordering toe. De Belastingdienst stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad overwoog dat de fiscale eenheid voor de omzetbelasting een rechtsfiguur is zonder zelfstandige civielrechtelijke rechtspersoonlijkheid, waarbij belastingschulden en vorderingen deelbaar zijn en verdeeld moeten worden naar materiële bijdrage.
De Hoge Raad benadrukte dat de fiscale eenheid De Beuk en de fiscale eenheid Transveer, die na verkoop van een deel van de vennootschappen ontstond, niet als dezelfde belastingschuldige kunnen worden aangemerkt. Dit volgt uit artikel 7 lid 4 Wet Pro OB 1968 en de feitelijke economische verwevenheid. De verrekening is slechts toegestaan binnen dezelfde fiscale eenheid en voor belastingschulden die na 1 januari 1989 zijn ontstaan, vanwege de wettelijke regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Belastingdienst en bevestigde dat de verrekening onrechtmatig was omdat de naheffingsaanslagen betrekking hadden op een andere belastingschuldige dan de teruggaafbeschikkingen. De vordering van Gemeenschappelijk Eigendom c.s. werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verrekening van omzetbelasting binnen een fiscale eenheid alleen mogelijk is indien de belastingschuldige dezelfde is en wijst de vordering van Gemeenschappelijk Eigendom c.s. toe.