ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ1081
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens dwaling en misbruik van omstandigheden
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen van 2003 tot 2007. Na beëindiging van de relatie sloten zij een vaststellingsovereenkomst over de verdeling van een flexibel krediet van circa € 10.500. Appellante betaalde niet het afgesproken bedrag van € 5.000 aan geïntimeerde.
Appellante vorderde vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling, omdat zij meende dat zij voor meer dan 25% was benadeeld in de verdeling van het krediet. Tevens stelde zij dat de mediator partijdig was en haar onder druk had gezet, waardoor sprake zou zijn van misbruik van omstandigheden.
Het hof oordeelde dat sprake is van een geldige vaststellingsovereenkomst die bindend is en dat appellante geen beroep op dwaling kan doen over de verdeling van het krediet. Ook was onvoldoende bewijs voor misbruik van omstandigheden of partijdigheid van de mediator. De vorderingen van appellante werden afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep. Tevens werd bepaald dat geïntimeerde zorg moet dragen voor doorhaling van appellante op het krediet na betaling.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van appellante af en bevestigt dat zij € 5.000 aan geïntimeerde moet betalen.