ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2367
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- T.L. Tan
- G.M.C.C. Bruyninckx
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake dekking en reparatieplicht bij schade aan beunschip onder beurspolis
In deze zaak staat centraal of verzekeraars gehouden zijn dekking te verlenen onder een beurspolis voor schade aan het ms. “Annina”, een beunschip, die ernstige putcorrosie vertoont. Het schip is verzekerd voor de periode 1 april 2003 tot 1 april 2004, onder de Nederlandse Beurs-Cascopolis voorwaarden 1991 met clausule B 23, die reparatie onder controle van verzekeraars als voorwaarde stelt voor vergoeding.
De schade werd in oktober 2003 geconstateerd na het afspuiten van het onderwaterschip. Diverse deskundigen rapporteerden dat de putcorrosie niet het gevolg was van normale slijtage, maar van agressieve corrosie door aanwezigheid van zand en zout water in de zijtanks, die normaal droog behoren te zijn. De reparatie heeft echter nooit plaatsgevonden, mede omdat verzekeraars dekking weigerden ondanks een eerdere erkenning van polisdekking in een e-mail van april 2004.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat verzekeraars dekking moesten verlenen en schadevergoeding moesten betalen, maar verzekeraars gingen in hoger beroep met het standpunt dat zonder daadwerkelijke reparatie geen uitkering verschuldigd is. Het hof bevestigt dat de reparatieclausule een hoofdregel is, met uitzondering voor situaties waarin reparatie redelijkerwijs niet kan worden verlangd. Tevens is een comparitie gelast om onder meer de mogelijkheid van schikking en bewijslevering te bespreken.
Het hof overweegt dat verzekeraars hun weigering tot uitkering voldoende hebben onderbouwd met deskundigenrapporten en dat de stelling van de verzekerde onvoldoende is gemotiveerd. De zaak wordt verwezen naar een raadsheer-commissaris voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie om schikking en bewijslevering te onderzoeken, zonder inhoudelijke beslissing op de dekking en reparatieplicht.