ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ8219
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling aanslag inkomstenbelasting 2008 ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende heeft voor het jaar 2008 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €68.121. Zij had aanvankelijk aangifte gedaan voor een lager bedrag van €33.611, maar de Inspecteur stelde vast dat zij ook looninkomsten van andere werkgevers had genoten, waardoor de aanslag werd verhoogd.
Belanghebbende voerde aan dat zij twee aparte aangiften had ingediend en dat de aanslag te hoog en te laat was vastgesteld. Tevens stelde zij dat er formele gebreken waren aan de uitspraak van de rechtbank en dat de Belastingdienst onbehoorlijk had gehandeld door niet te reageren op haar klachtenbrief en invorderingsmaatregelen te nemen tijdens de procedure.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht en naar het juiste bedrag was vastgesteld, dat het indienen van twee aangiften niet mogelijk was en dat het advies van belastingadviseurs onjuist was. Het hof nam dit oordeel over en wees alle bezwaren van belanghebbende af. Ook het verzoek om een dwangsom wegens het niet behandelen van haar klachtenbrief werd afgewezen, omdat dit losstaat van de gerechtelijke procedure.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2008 van €68.121 wordt bevestigd.