ECLI:NL:HR:2013:869

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2013
Publicatiedatum
7 oktober 2013
Zaaknummer
13/01802
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2008 cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen een termijn van vier weken. Deze betaling is echter niet voldaan.

Na het uitblijven van betaling heeft de griffier belanghebbende opnieuw schriftelijk verzocht om opgave van redenen waarom het griffierecht niet was betaald. De door belanghebbende aangevoerde redenen in haar brief van 12 augustus 2013 waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht is het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 4 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

4 oktober 2013
nr. 13/01802
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 3 april 2013, nr. BK‑12/00330, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 2 juli 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 5 augustus 2013, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 12 augustus 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2013.