ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1008
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen slaafse nabootsing van transportbanden en geen misbruik van procesrecht
Partijen zijn actief in de productie van transportbanden en machines voor de tuinbouw en hebben tussen 2005 en 2008 samengewerkt in een joint-venture. Na beëindiging van deze samenwerking ontstond een geschil over vermeende slaafse nabootsing van de Easy Max transportband van [X] door [Y].
De rechtbank wees op 6 juli 2011 de vorderingen van [X] af en oordeelde dat er geen sprake was van slaafse nabootsing. [X] ging in hoger beroep tegen dit vonnis, terwijl [Y] incidenteel appel instelde tegen de afwijzing van haar vordering wegens misbruik van procesrecht door [X].
Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de Easy Max onvoldoende eigen positie op de markt inneemt en dat de [Y] transportband voldoende afwijkt in uiterlijk en totaalindruk, waardoor geen sprake is van slaafse nabootsing. Ook is geen misbruik van procesrecht vastgesteld. De grieven van [X] worden verworpen en de vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd. Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat geen sprake is van slaafse nabootsing en wijst de vorderingen van [X] af; tevens is geen misbruik van procesrecht vastgesteld.