ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2416
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Stollenwerck
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering pensioenafstorting wegens bedreiging continuïteit onderneming en fiscale risico's
In deze zaak vordert de vrouw dat haar pensioenaanspraken, opgebouwd in de BV van de man, worden afgestort bij een externe pensioenuitvoerder. De man betwist de ontvankelijkheid en het spoedeisend belang van de vrouw en voert aan dat door gewijzigde omstandigheden en een lage rentestand de afstorting niet mogelijk is zonder de continuïteit van zijn onderneming in gevaar te brengen.
Het hof overweegt dat de vrouw ontvankelijk is en een spoedeisend belang heeft bij de vordering omdat het pensioen een belangrijke inkomstenbron voor haar vormt. De fiscale complexiteit van pensioenopbouw in eigen beheer en de wettelijke uitkeringstest maken een kort gedingprocedure echter ongeschikt voor een gedegen beoordeling van de gevolgen van afstorting.
Financiële gegevens tonen aan dat noch de man noch zijn BV over voldoende middelen beschikken om de pensioenverplichtingen af te storten. Het benodigde bedrag is aanzienlijk hoger dan bij de echtscheiding was begroot, mede door de lage marktrente en economische omstandigheden. Afstorting zou waarschijnlijk leiden tot faillissement van de man en/of zijn BV.
Gezien deze omstandigheden vernietigt het hof het eerdere vonnis en wijst de vordering van de vrouw af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot afstorting van de pensioenrechten af wegens financiële noodsituatie en risico op faillissement van de man en zijn BV.