Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. Surquin;
- de man, bijgestaan door mr. Du Fossé.
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 28 januari 2014;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 18 juni 2015;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de man d.d. 19 juni 2015;
- de op 22 juni 2015 ingekomen stukken van de advocaat van de vrouw;
- de brief van de advocaat van de vrouw d.d. 30 juni 2015 met als bijlage de door [jongmeerderjarige] op 18 juni 2015 ondertekende procesvolmacht;
- de brief van de advocaat van de man d.d. 7 juli 2015;
- de brief van de advocaat van de man d.d. 9 december 2015;
- het V8-formulier van de advocaat van de man d.d. 3 februari 2016;
- het V8-formulier van de advocaat van de vrouw d.d. 10 maart 2016.
3.De beoordeling
.
- dat de vrouw met ingang van 29 maart 2013 als redelijke gebruiksvergoeding een bedrag van € 197,50 per maand aan de man is verschuldigd;
- dat de man € 17,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- dat de man geen bijdrage dient te betalen aan de vrouw als uitkering tot levensonderhoud met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
- dat de verzoeken van partijen met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgemeenschap PRO FORMA worden aangehouden tot 18 maart 2014 voor uitlating door de man of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen of door een ander bewijsmiddel;
- dat het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
- de echtscheiding (grief 1 principaal appel);
- de gebruiksvergoeding (grief 2 principaal appel);
- de kinder- en partneralimentatie (grief 3 tot en met 6 principaal appel);
- de aandelen [de BV] BV (grief 7 principaal appel);
- rekening-courantschuld [de BV] BV (grief 8 en 9 principaal appel);
- pensioen (grief 10 en 11 principaal appel);
- hypotheek- en eigenaarslasten (incidenteel appel);
- vergoedingsrecht (incidenteel appel).
- de vrouw te veroordelen aan de man te voldoen een bedrag van € 4.927,64, zijnde de helft van de door de man betaalde hypotheekrente van de woning over de periode 29 maart 2013 tot en met 1 juli 2014;
- te bepalen dat de vanaf 1 juli 2014 verschuldigde hypotheekrente betrekking hebbende op de woning tussen partijen bij helfte wordt gedragen evenals de premie van de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, tot de datum waarop de echtelijke woning is verkocht en geleverd aan een derde, dan wel aan een van beide partijen is toegedeeld.