ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2674
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verzuimboete vennootschapsbelasting wegens niet tijdig indienen aangifte
In deze zaak stond de vraag centraal of de verzuimboete van € 2.460 wegens het niet tijdig indienen van de vennootschapsbelastingaangifte over 2009 terecht was opgelegd aan belanghebbende, een stichting met een beperkt vermogen.
De rechtbank had de boete vernietigd omdat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de aanmaning de belanghebbende had bereikt. In hoger beroep stelde de Inspecteur dat de aanmaning op het juiste adres van de secretaris was ontvangen of aangeboden. Het hof achtte het bewijs van verzending voldoende om het vermoeden van ontvangst te doen ontstaan. Belanghebbende kon dit vermoeden niet overtuigend ontzenuwen.
Het hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar vond de hoogte van € 2.460 wanverhoudingsgewijs gezien de beperkte financiële draagkracht en het eerste verzuim van belanghebbende. Daarom werd de boete verminderd tot € 615. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep, vastgesteld op € 944. Het griffierecht werd niet geheven omdat de uitspraak van de rechtbank niet in stand bleef.
Uitkomst: De verzuimboete wordt bevestigd maar gematigd tot € 615 en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.