ECLI:NL:GHDHA:2014:1239
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake verzet tegen dwangbevel wegens illegale onderhuur woning
Appellant is eigenaar van een woning te Den Haag waarop illegale onderhuur werd vastgesteld. De gemeente legde hem een last onder dwangsom op om de onzelfstandige bewoning te beëindigen en te voorkomen. Ondanks een vergunning voor onzelfstandige bewoning voor maximaal twee personen, werd in 2010 geconstateerd dat drie personen in de woning verbleven.
Appellant voerde verzet aan tegen het dwangbevel tot betaling van de dwangsom, stellende dat hij niet op de hoogte was van de illegale onderhuur en dat de gemeente onterecht tot inning overging vanwege beleidswijzigingen. Het hof oordeelt dat appellant als verhuurder voldoende inspanningen had moeten verrichten om illegale onderhuur te voorkomen, zoals het opnemen van een verbod op onderhuur in de huurovereenkomst en het controleren van de woning.
De stelling van appellant dat de gemeente niet tot inning mocht overgaan wegens beleidswijziging wordt verworpen, mede omdat de verleende vergunning slechts twee personen toestond. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart het verzet van appellant ongegrond met veroordeling in proceskosten.