Uitspraak
1.[partij B] ,
2.
[partij B],
3.
[partij B],
1.De procedure
- de akte van [partij A] van 11 april 2023, waarbij zij de rechtbank vraagt om vonnis te wijzen.
Rechtbank Overijssel
Partij B huurt sinds 2011 een standplaats op een camping die in 2021 is overgenomen door partij A. Na een grootschalige renovatieplannen zegde partij A alle standplaatsovereenkomsten op met een opzegtermijn van twee maanden. Diverse standplaatshouders, waaronder partij B, betwistten de rechtsgeldigheid van deze opzeggingen.
Eerder oordeelden rechtbanken dat de opzeggingen niet rechtsgeldig waren vanwege het ontbreken van een redelijk aanbod tot vergoeding en onvoldoende rekening houden met belangen van huurders. Partij B woont permanent op de standplaats en heeft geïnvesteerd in de caravan.
De rechtbank bevestigt dat de opzegging onaanvaardbaar is en de huurovereenkomst doorloopt. Partij B wordt veroordeeld tot betaling van openstaande standplaatsvergoeding over 2021. De vorderingen tot ontruiming worden afgewezen. Partij A wordt veroordeeld in de proceskosten ten gunste van partij B.
Uitkomst: De opzegging is onaanvaardbaar en de huurovereenkomst loopt door; partij B moet openstaande standplaatsvergoeding betalen.