ECLI:NL:GHDHA:2014:1778
Gerechtshof Den Haag
- Verwijzing na Hoge Raad
- J.T. Sanders
- G.J. van Leijenhorst
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen omzetbelasting voor verbouwing woning en kantoor
Belanghebbende voerde een adviesbureau en kocht in 2002 samen met haar echtgenoot een pand bestaande uit een woning en een stal. Na verbouwing werd de stal deels bij de woning getrokken en deels ingericht als kantoor met eigen entree en voorzieningen. Belanghebbende bracht de omzetbelasting over de verbouwing volledig in aftrek, terwijl de inspecteur een naheffingsaanslag oplegde voor het deel dat betrekking had op de woning, omdat deze uitsluitend privé werd gebruikt.
De rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam verklaarden de beroepen ongegrond, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde en verwees naar het Gerechtshof Den Haag. Het Hof moest beoordelen of de woning en het kantoor als aparte zelfstandige onroerende goederen moesten worden beschouwd en of de omzetbelasting terecht was nageheven.
Het Hof oordeelde dat woning en kantoor inderdaad zelfstandige goederen zijn en dat de woning niet voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt. Daarom is de omzetbelasting die betrekking heeft op de woning terecht nageheven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de naheffingsaanslagen omzetbelasting terecht zijn opgelegd omdat de woning niet voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt.