Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.DIENST WEGVERKEER,
2.GEMALTO OY,
Layout schetsontwerp
primairde RDW zal gebieden een herbeoordeling door een nieuwe beoordelingscommissie te doen plaatsvinden, dan wel
subsidiairzal gebieden de lopende aanbestedingsprocedure af te breken en desgewenst over te gaan tot heraanbesteding, en de RDW zal gebieden de uitkomst van een eventueel door Morpho in te stellen hoger beroep af te wachten alvorens tot definitieve gunning over te gaan, met kostenveroordeling. Zij heeft haar vorderingen gebaseerd op bezwaren met betrekking tot de inzichtelijkheid van de door de RDW gegeven motivering van zijn oordeel over het subgunningscriterium Security design, alsmede op de stelling dat de beoordelingscommissie is uitgegaan van verkeerde aannames. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen.
eerste griefbeoogt Morpho het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. De
tweede tot en met zesde griefrichten zich achtereenvolgens tegen de rechtsoverwegingen 4.4, 4.5, 4.6-4.12, 4.13, onderscheidenlijk 4.14 (de slotoverweging) en de beslissingen van de voorzieningenrechter met betrekking tot de proceskosten. De onderbouwing van deze grieven vormt een doublure met de onderbouwing van de eerste grief, dan wel bestaat uit niet meer dan een verwijzing naar die onderbouwing. De grieven kunnen daarom slechts gezamenlijk worden behandeld. De bezwaren van Morpho tegen het vonnis van de voorzieningenrechter laten zich als volgt samenvatten.
rekening moet worden gehoudenmet de in de bijlage opgenomen lay-out van het rijbewijs, welke lay-out is
gebaseerdop de Europese Richtlijn 2006/126/EG inclusief de wijzigingen uit Richtlijn 2011/94/EU. Een zodanige terminologie impliceert dat de inschrijvers binnen bepaalde grenzen de plaats, de grootte en de onderlinge afstand tussen de verschillende elementen mogen aanpassen, met dien verstande dat zij daarbij geen inbreuk mogen maken op de uit de Europese regelgeving voortvloeiende eisen (Eis A1). Morpho en Gemalto hebben beide Eis O9 zo begrepen, want zij hebben allebei in hun schetsontwerpen de lay-out op onderdelen aangepast. De RDW heeft ten pleidooie naar voren gebracht dat ook de andere inschrijver(s) aanpassingen in de lay-out hebben aangebracht. Ook uit het antwoord op vraag 52 in de nota van inlichtingen d.d. 9 december 2013 blijkt dat er op onderdelen wijzigingen mogelijk zijn in de lay-out; in dat antwoord wordt immers aangegeven dat een van de lay-out afwijkende breedte en hoogte van de QR-code wordt verwacht. Morpho heeft zich erop beroepen dat in paragraaf 2.4.1 van de Offerteaanvraag is vermeld:
De schetsontwerpen dienen tevens in overeenstemming te zijn met de door de RDW opgegeven:“Lay-out Rijbewijskaart 2014”. Dat legt tegenover de tekst van Eis O9 in het PvEW onvoldoende gewicht in de schaal, enerzijds omdat niet de Offerteaanvraag, maar het PvEW bij uitstek de plaats is waar eisen dienen te worden geformuleerd, en anderzijds omdat in de Offerteaanvraag onder punt 3.2.1 valt te lezen:
“In de schetsontwerpen moet rekening worden gehouden met de in bij het PvEW opgenomen bijlage 3 “Lay-out Rijbewijskaart 2014”, hetgeen overeenkomt met de formulering van Eis O9 in het PvEW. Tussen partijen is niet in geschil dat de QR-code die op bedoelde lay-out voorkomt, niet voortvloeit uit Europese regelgeving, maar een eigen eis is van de RDW. Het hof begrijpt Eis O9, voor zover deze betrekking heeft op de QR-code, alles bijeengenomen voorshands aldus, dat een inschrijving terzijde zal (en dus: moet) worden gelegd als in het schetsontwerp geen QR-code met de minimaal aangegeven afmetingen in de daarvoor beschikbare vrije ruimte voorkomt. In het licht van het bovenstaande is het hof voorshands van oordeel dat de inschrijving van Gemalto niet wegens niet voldoen aan Eis O9 terzijde hoeft te worden gelegd. De RDW heeft derhalve naar het voorlopig oordeel van het hof ook op dit punt de opdracht aan Gemalto niet gegeven met klaarblijkelijke miskenning van het fundamentele aanbestedingsrechtelijke gelijkheidsbeginsel.