ECLI:NL:GHDHA:2014:2866
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- H. Husson
- M. Kamminga
- M. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging van kinderalimentatie overeenkomst ondanks verzoek tot verhoging
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot verhoging van de kinderalimentatie van €150 naar €250 per maand werd afgewezen. Partijen waren overeengekomen dat de vader €150 per maand zou bijdragen aan de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind.
Het geschil betrof de vraag of er sprake was van een wijziging van omstandigheden die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigde. Het hof stelde vast dat partijen bewust waren afgeweken van de wettelijke maatstaven bij het sluiten van de overeenkomst in 2011, mede omdat de vader alle lasten van de woning voor zijn rekening nam.
Het hof oordeelde dat geen zodanige ingrijpende wijziging van omstandigheden was aangetoond die de onderhoudsplichtige naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zou ontslaan van de overeengekomen alimentatieverplichting. Tevens werd vastgesteld dat de vader vanaf september 2014 geen draagkracht meer heeft, maar wel een substantiële bijdrage wil blijven leveren.
Daarom werd de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot verhoging afgewezen. Het verzoek van de vader om de moeder te veroordelen in de kosten van het hoger beroep werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot verhoging van de kinderalimentatie af.