ECLI:NL:HR:2003:AF9468
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wijziging partneralimentatie na echtscheiding en werkloosheid man
Partijen zijn in 1980 in gemeenschap van goederen getrouwd en hebben twee kinderen. Na hun echtscheiding in 2001 ontstond een geschil over de alimentatiebetalingen van de man aan de vrouw, waarbij concept-afspraken uit 1999 een rol speelden. De rechtbank wees de echtscheiding toe en bepaalde alimentatiebedragen, maar stelde dat de concept-afspraken geen bindende alimentatieovereenkomst vormden.
Het hof Leeuwarden bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het einde van het dienstverband van de man per 31 december 2000 een relevante wijziging van omstandigheden was die een hernieuwde beoordeling van de draagkracht rechtvaardigde. De vrouw stelde dat partijen welbewust van wettelijke maatstaven waren afgeweken en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de alimentatie niet ongewijzigd kon blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering over de wijziging van omstandigheden en de gevolgen daarvan voor de alimentatie. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de rechter terughoudendheid moet betrachten en aansluiting moet zoeken bij de oorspronkelijke intenties van partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Leeuwarden en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling wegens onvoldoende motivering over wijziging van alimentatie.