Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
25 januari 2012 van de rechtbank Rotterdam tussen de partijen in conventie en reconventie gewezen.
2.Beoordeling van het hoger beroep
hof: de feiten)is juist
”,maar onder 9 van hun memorie bestrijden zij de grief 1 van appelante ter zake de vaststelling van de feiten.
3 april 2008 onherroepelijk geworden uiterste wil van 16 oktober 2003, uitgesloten als erfgename in de nalatenschap van haar moeder. Tot enig testamentair erfgenaam heeft erflaatster benoemd haar zoon [de zoon] zulks met toepassing van de wettelijke regels van plaatsvervulling, zoals die ten tijde van haar overlijden gelden. [de zoon] is op 18 oktober 2005 overleden met achterlating van zijn zoon en dochter: de geïntimeerden. Tussen partijen is niet in geschil dat appellante legitimaris is in de nalatenschap van erflaatster en geïntimeerden de erfgenamen.
17 augustus 2010. Appellante stelt dat het rapport niet alle sieraden vermeldt en dat de waarde van de wel vermelde sierraden te laag is. Geïntimeerden hebben zowel bij memorie van antwoord als bij akte de onderhavige grief VIII gemotiveerd bestreden. Het is dan vervolgens aan appellante te stellen welke sieraden ontbreken en daarvan – zo nodig – bewijs aan te dragen althans aan te bieden. Zij heeft een overzicht overgelegd van sieraden die volgens haar zouden ontbreken in het rapport. Zij heeft niet onderbouwd waarom de waarderingen in het taxatierapport onjuist zijn. Geïntimeerden zijn gemotiveerd en gespecificeerd in gegaan op genoemde lijst van appellante en hebben naar het oordeel van het hof genoegzaam verklaard waarom het taxatierapport een volledige lijst is van de sieraden van erflaatster. Appellante heeft geen bewijs aangeboden ter zake van haar overzicht. Haar grief VIII slaagt niet.
3.Beslissing
26 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;