ECLI:NL:GHDHA:2014:3604
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vordering en reconventie wegens vermeende beroepsfout advocaat in echtscheidingsprocedure
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen een cliënte en haar advocaat over de betaling van declaraties en een tegenvordering wegens vermeende beroepsfouten in een echtscheidingsprocedure. De cliënte, die in Nederland gehuwd was onder huwelijkse voorwaarden en woonachtig was in België, vorderde schadevergoeding wegens tekortkomingen van de advocaat die haar bijstond in de afwikkeling van haar echtscheiding.
De rechtbank had de vordering van de advocaat tot betaling van openstaande declaraties toegewezen en de schadevordering van de cliënte afgewezen. In hoger beroep betoogde de cliënte dat de advocaat haar onvoldoende had geïnformeerd over de risico's van procederen in Nederland in plaats van België, de uitleg van het verrekenbeding en het hoge uurtarief. Het hof oordeelde dat de cliënte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij hierdoor schade had geleden of dat een procedure in België waarschijnlijk tot een beter resultaat had geleid.
Het hof bevestigde dat de declaraties terecht waren en dat de reconventionele vordering niet kon worden toegewezen wegens gebrek aan bewijs van toerekenbare tekortkomingen en schade. De cliënte werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de cliënte wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande declaraties en de kosten.