Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 29 juli 2014
[appellant],
[appellante],
Gerechtshof Den Haag
Appellant heeft een vakantievilla en een aandeel in mandelige eigendom op een villapark gekocht en is verplicht lid te zijn van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Na opzegging van het lidmaatschap weigerde appellant parkbijdragen te betalen over meerdere jaren.
De kantonrechter veroordeelde appellant tot betaling van deze bijdragen, waarbij appellant in hoger beroep betwistte dat de VvE zelfstandig nakoming kan vorderen en dat hij na opzegging nog verplicht is bij te dragen.
Het hof oordeelde dat de koop/aannemingsovereenkomst en leveringsakte een derdenbeding bevatten ten behoeve van de VvE, waardoor deze een zelfstandig vorderingsrecht heeft. De verplichting tot betaling vloeit voort uit de contractuele afspraken, niet uit het lidmaatschap. Ook de beheerskosten zijn verschuldigd, ondanks het ontbreken van een directe contractuele relatie met de beheerder.
Het beroep op onvoorziene omstandigheden en wanprestatie faalde, evenals het bezwaar tegen BTW-heffing. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant is verplicht de parkbijdragen aan de VvE te betalen ondanks opzegging van het lidmaatschap.