ECLI:NL:GHDHA:2014:4597
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering woonhuisverzekering na brand in woning
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. en een verzekerde over de verjaring van een vordering uit hoofde van een woonhuisverzekering na brand in de woning van de verzekerde op 1 maart 2004.
Allianz had de uitkering geweigerd en stelde dat de vordering op 2 juli 2009 verjaard was, omdat na toezending van een offerte in 2005 geen verdere actie of correspondentie had plaatsgevonden. De verzekerde betwistte dit en stelde dat op grond van de overgangsregeling in artikel 68a Overgangswet NBW de verjaringstermijn na 1 januari 2006 was komen te vervallen en pas opnieuw zou zijn begonnen na een schriftelijke afwijzing door Allianz, die niet had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van drie jaar, zoals die gold vóór 1 januari 2006, ook na die datum bleef gelden en dat de stuiting van de verjaring door de offerte van 16 maart 2005 niet tot een nieuwe termijn leidde die nog niet was voltooid op 2 juli 2009. Omdat geen stuitingshandeling na 31 december 2005 was verricht, was de vordering verjaard.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en wees de vordering af. De verzekerde werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de verzekerde wordt afgewezen wegens verjaring.