Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 25 november 2014
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond centraal de vraag hoe de terugkoopprijs van een MVE-woning met huurderskorting moet worden berekend. De huurder had in 2001 een woning gekocht via het MVE-regime van Woonstad met een huurderskorting van 10% op de getaxeerde waarde. Bij verkoop bood Woonstad de woning terug aan tegen een prijs gebaseerd op de aankoopprijs vermeerderd met de helft van de winst volgens een taxatiewaarde bij terugkoop.
De koper stelde dat de terugkoopprijs moest worden berekend op basis van de oorspronkelijke taxatiewaarde zonder aftrek van de huurderskorting, terwijl Woonstad uitging van de daadwerkelijk betaalde koopsom inclusief korting. Het hof oordeelde dat de koopovereenkomst tot stand was gekomen door aanvaarding van het aanbod van Woonstad en dat de bepalingen in de aanbiedingsbrief en brochure samen de berekeningswijze bepalen.
Het hof benadrukte dat het MVE-regime bedoeld is om het financiële risico van kopers te beperken, vooral bij dalende marktprijzen, en dat het niet de bedoeling is om de winst van de koper te maximaliseren. Daarom moet de terugkoopprijs worden berekend uitgaande van de betaalde koopsom inclusief huurderskorting, vermeerderd met de helft van het verschil tussen die prijs en de taxatiewaarde bij terugkoop. De vordering van de koper tot betaling van een hoger bedrag werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Daarnaast werd Woonstad veroordeeld in de proceskosten vanwege onvoldoende duidelijkheid in de communicatie over de terugkoopprijs. Het beroep op dwaling door de koper werd verworpen wegens gebrek aan rechtsgevolgen.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een hoger terugkoopbedrag wordt afgewezen en de terugkoopprijs vastgesteld op basis van de betaalde koopsom inclusief huurderskorting.