Uitspraak
I. Aanmerkelijke kans
–wat er ook van zij een mogelijk aan te nemen aanmerkelijke kans op de dood – niet is komen vast te staan dat de verdachte bovenomschreven werking van vrijwel 100 procent geconcentreerd zwavelzuur op de borst en in het gelaat van het slachtoffer, zodanig heeft gekend of begrepen dat wetenschap aan zijn zijde van dit mogelijke gevolg kan worden aangenomen en evenmin dat hij (het risico op) een fataal gevolg welbewust heeft aanvaard.
II. Wetenschap
III. Bewuste aanvaarding
IV. Aard van de gedraging
hij op 16 augustus 2011 te Zoetermeer aan een persoon (te weten [het slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (verbranding van het lichaamsoppervlak waarbij het gelaat, de ogen, de hals,
ende borst, zijn aangedaan), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, zwavelzuur in het gezicht en op het hoofd en op het lichaam van die [het slachtoffer] te gooien terwijl de handen van die [het slachtoffer] op haar rug waren geboeid tengevolge waarvan die [het slachtoffer] op omstreeks 12 februari 2013 is overleden.
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
€ 178.102,50(honderd achtenzeventigduizend eenhonderdentwee euro en vijftig cent)
bestaande uit € 28.102,50(achtentwintigduizend eenhonderdentwee euro en vijftig cent)
materiële schade en € 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro
) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 178.102,50(honderd achtenzeventigduizend eenhonderdentwee euro en vijftig cent)
bestaande uit € 28.102,50(achtentwintigduizend eenhonderdentwee euro en vijftig cent)
materiële schade en € 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro
) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal
te vervangen door 365(driehonderdvijfenzestig)
dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.