Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 14 april 2015
DELPHI HOTELS NEDERLAND B.V.,
[geïntimeerde],
advocaat: mr. J.C. Meijroos te Den Haag.
Het verdere verloop van het geding
De verdere beoordeling van het hoger beroep
(a) Delphi Hotels heeft gedurende een aantal jaren een hotel in Den Haag geëxploiteerd onder de naam “Seinpost Hotel” waarvan zij was heeft laten reinigen door de eveneens in Den Haag gevestigde, door vennootschap onder firma Wasserette [X] V.O.F. gedreven, onderneming “Textielverzorging [X]” (hierna, zowel de vennootschap als de onderneming, ook: “[X]”). Op enig moment is Delphi Hotels zich – in plaats van op hotelexploitatie - gaan richten op verhuur van appartementen, in verband waarmee zij de handelsnaam van de door haar gedreven onderneming heeft gewijzigd in “Appartementen Seinduin”. Bestuurder van Delphi Hotels was sinds 27 januari 1999 [K].
grief 1klaagt Delphi Hotels erover dat de kantonrechter heeft aangenomen dat er “op grond van de 13 facturen een vordering van [X] op Delphi zou bestaan”. Blijkens de toelichting op deze grief ziet deze eveneens op het oordeel van de kantonrechter dat de vordering op Delphi Hotels (zo die zou bestaan) op enig moment van [X] op [geïntimeerde] is overgegaan en derhalve dat [geïntimeerde] een vordering op Delphi Hotels heeft gekregen, maar nu grief 2 zich geheel richt tegen het aannemen van een rechtsgeldige cessie van deze vordering aan [geïntimeerde], zal het hof zich bij de bespreking van grief 1 beperken tot het beoordelen van de vraag of [X] een onbetaald gebleven vordering op Delphi Hotels heeft gehad tot de omvang als door de kantonrechter in hoofdsom toegewezen, en het overige aangevoerde – zo nog nodig – bespreken in het kader van grief 2.
geheelheeft gestaakt, maar vanaf dat (niet nader gespecificeerde) moment heeft beperkt tot reeds aangegane verplichtingen.
datum- van de start met appartementenverhuur melding wordt gemaakt en waarin tevens wordt gemeld dat de hotelactiviteiten per 1 februari 2009 zijn vervallen. Dit laatste wekt overigens bevreemding nu Delphi Hotels in de akte waarbij dit stuk wordt overgelegd betoogt dat zij nog gasten hotelaccommodatie heeft geboden tot 23 december 2009.
grief 2klaagt Delphi Hotels er – zakelijk weergegeven - over dat de kantonrechter een rechtsgeldige cessie van de vordering aan [geïntimeerde] heeft aangenomen. Delphi Hotels heeft betwist dat zij de brief van 10 april 2011 van [geïntimeerde], overgelegd door [geïntimeerde] als productie 6 bij akte van 9 oktober 2012, destijds heeft ontvangen en verder dat noch de koopovereenkomst van 1 april 2011 betreffende de verkoop en levering van de wasserijonderneming, noch deze brief voldoen aan de eisen die gesteld worden aan een cessie. Bedoelde brief van 10 april 2011 van […] Textile Services, de naam waaronder [geïntimeerde] de wasserij, aanvankelijk alleen, later in het verband van een vennootschap onder firma, heeft gevoerd, betreft een mededeling aan klanten dat onderneming “Textielverzorging [X]” is overgedragen en wordt voortgezet onder de naam “[…] Textile Services”. Deze brief bevat onder meer een passage waarin wordt meegedeeld dat betalingsverkeer, inclusief dat betreffende openstaande facturen t/m 1 april 2011, in het vervolg loopt via een ander bankrekeningnummer (van […] Textile Services). Het hof oordeelt als volgt.
grief 3komt Delphi Hotels op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [geïntimeerde] haar, Delphi Hotels, bij brieven van 1 mei en 6 juni 2011 tot betaling van de facturen heeft aangemaand. Delphi Hotels ontkent deze brieven te hebben ontvangen en meent in het licht daarvan niet ten aanzien van de verbintenissen waarop die facturen zien in verzuim te zijn geraakt. Als Delphi Hotels niet in verzuim is geraakt, dan had de kantonrechter – zo begrijpt het hof de stellingen van Delphi Hotels - ook de vordering van buitengerechtelijke kosten niet kunnen toewijzen. Het hof overweegt als volgt.
Beslissing