Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 3 maart 2015
[appellant],
Groene Energie,
advocaat: mr. R. Dijkema te Hilversum.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
grief 2brengt [appellant] in essentie naar voren dat de rechtbank zijns inziens ten onrechte heeft aangenomen dat niet is komen vast te staan dat – behoudens de door Groene Energie reeds verwerkte voorschotbedragen – nog andere bedragen zijn voldaan.
Op deze grondslag heeft Groene Energie vervolgens haar vordering op [appellant] verminderd met genoemd bedrag van € 57,00, zodat zij thans in hoofdsom nog vordert een bedrag van € 1.628,69.
grief 3betoogt [appellant] in essentie dat de rechtbank zich te veel heeft laten leiden door de door Groene Energie verschafte meterstanden, terwijl het op de weg van de rechtbank zou hebben gelegen om Groene Energie opdracht te geven de van de netbeheerder afkomstige meterstanden in het geding te brengen.
De juistheid van de toewijzing door de rechtbank van de nevenvorderingen vormt in dit hoger beroep geen onderdeel van de rechtsstrijd, zij het dat het beroepen vonnis niet in stand zal kunnen blijven voor zover daarin met betrekking tot de nevenvorderingen wordt voortgebouwd op de aanvankelijke (te hoge) eis. Nu partijen dienaangaande verder geen gegevens hebben verschaft, zal [appellant] worden veroordeeld om over elke onbetaalde afrekening aan Groene Energie de wettelijke rente te vergoeden vanaf de datum van verval tot aan de algehele voldoening (zulks in overeenstemming met hetgeen de rechtbank overeenkomstig het gestelde in r.o. 3.2 van het beroepen vonnis onbestreden aan haar beslissing ten grondslag heeft gelegd).
Ten slotte zal de veroordeling van [appellant] tot betaling van de kosten van buitengerechtelijke incasso tot het bedrag van € 300,00 worden bekrachtigd.
Beslissing