ECLI:NL:GHDHA:2015:1133
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- R.F. Groos
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over vordering aanneming sloopwerk en meerwerk
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant, een aannemer, recht had op een bedrag van €47.026,99 voor werkzaamheden en meerwerk aan het pand Bezuidenhoutseweg 90-94 te Den Haag. NVGB erkende reeds een bedrag van €204.138,23 en €20.413,82 verschuldigd te zijn, maar betwistte dat het openstaande bedrag betrekking had op andere projecten dan het genoemde pand.
Appellant kon onvoldoende inzichtelijk maken welke bedragen aan welke projecten toebehoorden en verwees vaag naar meerdere projecten zonder concrete specificaties. Het hof concludeerde dat het gevorderde bedrag uitsluitend betrekking had op werkzaamheden aan het pand Bezuidenhoutseweg 90-94. Daarnaast stelde appellant onvoldoende feiten omtrent het meerwerk, de opdrachtverlening en de hoogte van de richtprijs, terwijl NVGB stelde dat een richtprijs was overeengekomen die uiteindelijk was verhoogd tot €175.000 exclusief BTW.
Het hof oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij tijdig had gewaarschuwd voor een overschrijding van de richtprijs, zoals vereist op grond van artikel 7:752 lid 2 BW Pro. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing.