ECLI:NL:GHDHA:2015:1138
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betwisting openstaande facturen tussen elektrotechnische bedrijven
In deze civiele zaak stond de vordering van TTC Totaalcentrum B.V. tegen Randridge Technical Services B.V. centraal over de betaling van diverse facturen voor geleverde goederen en diensten in de periode februari tot juli 2011. Randridge betwistte de verschuldigdheid van een aantal facturen, deels wegens vermeende niet-bestelling of niet-ontvangst van goederen, en voerde ook een tegenvordering op grond van vermeende ondeugdelijke levering.
Het hof beoordeelde per factuur of de vordering toewijsbaar was, waarbij het belang van afleverbonnen met ontvangstbevestiging en bestelformulieren werd meegewogen. Het enkele ontbreken van een ontvangststempel was volgens het hof onvoldoende om betaling te weigeren als niet gemotiveerd was betwist dat de goederen waren besteld en ontvangen. Diverse facturen werden (deels) toegewezen, terwijl andere werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De tegenvordering van Randridge wegens kwaliteitsproblemen met geleverde ty wraps werd niet toegewezen omdat Randridge dit niet voldoende had onderbouwd. Het hof compenseerde de proceskosten in eerste aanleg en in principaal appel tussen partijen, veroordeelde Randridge in de kosten van het incidenteel appel en wees het meer of anders gevorderde af.
Het arrest bevestigt het belang van concrete bewijsstukken bij factuurgeschillen en benadrukt dat het ontbreken van een ontvangststempel niet automatisch tot afwijzing leidt. De wettelijke handelsrente wordt vanaf de vervaldatum van de facturen toegewezen.
Uitkomst: Randridge wordt veroordeeld tot betaling van €12.691,75 plus wettelijke handelsrente en in de kosten van het incidenteel appel.