ECLI:NL:GHDHA:2015:1146
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- J.H.W. de Planque
- R.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat verzekering geen derdenbeding bevat voor rechtstreekse schadevergoeding
In deze civiele zaak vordert benadeelde een verklaring voor recht dat Nationale Nederlanden, als verzekeraar van de failliete vennootschap [woonplaats], gehouden is tot directe betaling van schadevergoeding en proceskosten aan hem. Deze vordering is gebaseerd op de bewering dat de polisvoorwaarden een derdenbeding bevatten dat hem als benadeelde een rechtstreekse aanspraak geeft.
Het hof stelt vast dat de betreffende clausule in de polisvoorwaarden slechts een volmachtverlening aan de verzekeraar inhoudt om benadeelden rechtstreeks schadeloos te stellen, maar geen derdenbeding dat een zelfstandige verplichting voor de verzekeraar schept jegens de benadeelde. Daarnaast oordeelt het hof dat betaling door de verzekeraar zonder volmacht de verzekerde niet bevrijdt tegenover de verzekeraar.
Verder is betoogd dat Nationale Nederlanden ongerechtvaardigd zou worden verrijkt als zij niet tot betaling wordt gehouden, omdat de failliete vennootschap niet meer bestaat. Het hof oordeelt dat de vennootschap feitelijk nog bestaat als historische entiteit en dat de vordering afdwingbaar blijft, zeker indien de vereffening wordt heropend door belanghebbenden zoals benadeelde.
Uiteindelijk wijst het hof alle grieven van benadeelde af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2013, waarmee zijn vorderingen zijn afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt achterwege gelaten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van benadeelde af wegens ontbreken van een derdenbeding en geen ongerechtvaardigde verrijking.