Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 26 mei 2015
[appellant],
de gemeente Dordrecht,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“De Gemeente veilde twee van mijn panden. Om ze terug te pakken ben ik extra veel WOB-verzoeken gaan sturen. De rechter heeft dat nu beperkt. Ik ga in hoger beroep. Intussen laat ik andere mensen WOB-verzoeken sturen.”
“Ze doen hun best maar, ik wens ze veel plezier. Tot nu toe had ik al vierenhalve ton schuld aan de gemeente en die kunnen ze ook niet incasseren. Hoe hoger het bedrag wordt, hoe moeilijker het voor ze wordt om politiek draagvlak voor een oplossing te vinden. Zo lang ik adem ga ik door”
Grief Iricht zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat hij bevoegd is de vordering van de Gemeente te behandelen, zowel waar het gaat om het gevraagde verbod om de Gemeente zelf te benaderen als ten aanzien van het gevraagde verbod om dit als gemachtigde te doen.
Grief IIricht zich tegen rechtsoverweging 4.8 van het vonnis waarin de voorzieningenrechter heeft overwogen dat het gevorderde voldoende ruimte biedt om reële geschillen die tussen [appellant] en/of de door hem gedreven ondernemingen en de Gemeente ontstaan, aanhangig te maken.
Grief IIIkomt op tegen de uitgesproken lijfsdwang, terwijl
grief IVis gericht tegen de uitgesproken kostenveroordeling.
Beslissing
tweekeer per kalendermaand met brieven, faxen en e-mails of op welke wijze dan ook tot de Gemeente te wenden en,