Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaak-/rolnummer rechtbank : 400908/HA ZA 11-2260
Arrest d.d. 9 juni 2015
[appellante sub 1],
[appellant sub 2],
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“inclusief de helft van zijn appartement in Noordwijk”,naar de kinderen zou gaan
,niet een dusdanige betekenis toe dat hiermee het in het tussenarrest vermelde bewijsvermoeden is ontzenuwd.
Hier komt bij dat de twee getuigen in contra-enquête, te weten [geïntimeerde] en haar zus Leoni (Helena) [geïntimeerde], in hoofdlijnen hetzelfde hebben verklaard als in eerste aanleg, welke verklaringen er op neer komen dat het verblijvensbeding met [vader] is besproken en dat hij ermee instemde. Hun verklaringen behoeven, afgezien van hetgeen hierna nog is weergegeven, verder geen bespreking.
- [appellante sub 1] heeft verklaard dat zij de e-mail van 7 juni 2004 (zie tussenarrest onder 2) na zijn overlijden niet in de mailbox van haar vader heeft aangetroffen. Niet alleen hebben [appellanten] geweigerd om de inhoud van de totale mailbox ter verificatie aan [geïntimeerde] ter beschikking te stellen, maar bovendien staat in deze procedure vast dat deze e-mail door [geïntimeerde] cc is verstuurd naar het zakelijke e-mailadres van [vader] (rechtsoverweging 2 tussenarrest), terwijl [geïntimeerde] als getuige (op dit punt onweersproken) heeft verklaard dat zowel de notaris als de makelaar de e-mail hebben kunnen uitprinten.
- [geïntimeerde] heeft vlak na het overlijden van [vader] zelf gezegd en bevestigd dat het appartementsrecht in Noordwijk verdeeld moest worden tussen haar, [appellante sub 1] en [appellant sub 2]. Als verklaring hiervoor heeft [geïntimeerde] gegeven dat zij dit heeft gezegd in een situatie, kort gezegd, waarin allerlei ellende over haar heen kwam en dat zij het verblijvensbeding op dat moment glad vergeten was. Niet alleen acht het hof dit laatste niet ondenkbaar, maar bovendien wijst dit eerder op goede trouw dan kwade trouw van [geïntimeerde]. Immers als de kwestie van het verblijvensbeding achter de rug van [vader] door haar zou zijn geregeld, dan is het niet aannemelijk dat zij dit zou zijn vergeten.
- De verklaringen van de fiscalist en prof. Van Mourik brengen het hof niet tot een ander oordeel. Het memo van de fiscalist is in dit opzicht te vaag om daaraan conclusies te verbinden, terwijl het advies van prof. Van Mourik een wetenschappelijke verhandeling betreft die niet afdoet aan de concrete waardering door het hof van dit dossier.
Hetgeen verder naar voren is gebracht is te speculatief om het hof tot een ander oordeel te brengen.
Beoordeling van de vermeerderde eis
gehelevereffeningsaldo strekkende vorderingen sub h) en j) (memorie van grieven nr. 5.11) berusten op de stelling dat geen sprake is van een geldig verblijvingsbeding (zie de namens [appellanten] in appel overgelegde pleitaantekeningen, sub 4, 6.4-6.5 en 7.1). Nu deze stelling niet opgaat, komen de vorderingen alleen al om die reden niet voor toewijzing in aanmerking. Het hof beklemtoont dat een gemeenschappelijk appartementsrecht met een daarop toepasselijk verblijvingsbeding in de maatschap is ingebracht. De omstandigheid dat [vader] het gehele gemeenschappelijke appartementsrecht inclusief de inventaris heeft betaald, staat hier los van.
Slotsom
Beslissing
- verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 oktober 2011, 25 januari 2012 en 16 mei 2012;
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van
- verklaart voor recht dat de Maatschap [geïntimeerde] en Rihaoui per 29 maart 2010 is ontbonden;
C.T.C. Welters en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.